versie 01/11/2011  
    Vlaams Landbouwinvesteringsfonds - VLIF      
    Overbruggingskrediet voor de financiering van operationele kosten    
    * Land- en tuinbouwers , die minder dan 15 jaar gevestigd zijn, kunnen 80% gewestwaarborg krijgen.  
        Rekenblad in kader van preventie-opdracht van    
                   
    Voor verklarende uitleg over de VLIF-reglementering kijkt u op      
        Vlaamse Departement Landbouw en Visserij (link)    
                   
    Rekentechniek voor intrestberekening: 1 staat voor 360/360 1,00  
            2 staat voor 365/360    
                   
    Aanvraag in       2009 of 2010    
    Operationele kosten:   zie bedrijfseconomische boekhouding  
    Max betoelaagbare investering (50%): 90.000,00  
    Kredietbedrag :   3.630.591 Bef  
    Kredietperiode :   jaar 3 tot 5 jaar    
    Kredietrente :   %    
    Looptijd steun :   3 jaar    
    Rentesubsidie :   3 % voor een periode van 3 jaar  
                   
    VLIF Aflossings- Rentesteun Krediet Te betalen Netto (rente Kapitaal Jaarlast  
    tabel (RS) saldo rente - RS) aflossing bedrijf  
2011 1 90.000,00 2.700,00 90.000,00 2.700,00 0,00 30.000,00 30.000,00  
2012 2 60.000,00 1.800,00 60.000,00 1.800,00 0,00 30.000,00 30.000,00  
2013 3 30.000,00 900,00 30.000,00 900,00 0,00 30.000,00 30.000,00  
2014 4 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00  
2015 5 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00  
    5.400,00   5.400,00 0,00 90.000,00 90.000,00  
    Bef 217.835     0 3.630.591 3.630.591  
                   
    Verklaring bijhorende kostenstructuur  
                   
    Kredietdossierkosten (eenmalig)   Euro    
    VLIF-dossierkosten (eenmalig)   Euro    
    VLIF-Waarborgkosten (eenmalig: 0,395%) * 355,50 € Euro: indien < 15 jaar gestart  
    Andere waarborgkosten   Euro    
    Beheerskosten/jaar 3 45,00 Euro    
            495,00 Euro    
    Alle kosten samen komen overeen met een extra-rentekost van 0,28% op dit krediet.    
                   
    Voorwaarden voor steun op een overbruggingskrediet  
  * Uw brutobedrijfsresultaat voor een recente periode van één jaar is minstens 15% lager dan dat  
    van het voorgaande jaar of het gemiddelde van drie voorgaande jaren.    
  * Uw bedrijf heeft een positief eigen vermogen.    
  * In normale omstandigheden kan u de bijkomende kredietlast dragen.    
  * Uw beroepsinkomsten uit niet-landbouwactiviteiten zijn lager dan 10.000 euro.    
  * De productierisico's zijn ten uwen laste. Werken met een prijsgarantiecontract wordt aanvaard.  
  * De bank heeft uw lopende kredieten niet opgezegd.    
  * U verbindt zich ertoe om uw bedrijf nog minstens 3 jaar verder te exploiteren.    
  * Banken, die erkend zijn door het VLIF, kunnen tot 31 december 2010 aanvragen indienen.    
  * U moet voldoen aan de algemene VLIF-voorwaarden.    
                   
    Dit is een gratis informatieve pagina: interpretatie onder alle voorbehoud.  
    Belangrijke opmerkingen:    
  * U kan gedurende de looptijs van het overbruggingskrediet WEL een nieuw VLIF-dossier indienen,  
    als u kan bewijzen dat de terugbetaling van het overbruggingskrediet hierdoor niet in de problemen komt en  
    u het geld van het overbruggingskrediet niet aanwendt om dan VLIF-steun op eigen middelen te krijgen.  
  * U vraagt best een jaarlijkse vervaldag. Bij een maandelijkse vervaldag komt de betaling van de nieuwe facturen  
    mogelijk in het gedrang.